Home | Contact | Mijn account | RSS | English

Oorzaken van afwezigheid van organische voedingsstoffen in ons voedsel

Vooral in de na-oorlogse jaren is de aandacht van het landbouwkundig onderzoek fundamenteel verschoven van organische naar minerale plantenvoeding. Dat was geen toevalligheid, maar onderdeel van het centralistische beleid dat door de Duitse bezetter al werd geïntensiveerd en vervolgens door de na-oorlogse overheid in essentie werd doorgezet. Dat kon gebeuren doordat er direct na de bevrijding geen bezem werd gehaald door de hoge ambtenarij op Landbouw, tot groot verdriet van koningin Wilhelmina. Onder deze omstandigheden kon dus het belang van de bodem-organische stof (als onderdeel en buffer van de organische koolstofkringloop) bewust ondergeschikt worden gemaakt aan dat van de kunstmestfabricage.
Dit terwijl de afwezigheid van organisch gebonden voedingsstoffen in de bodem een sleutelrol speelt bij de vermindering van de voedzaamheid van onze voedselgewassen.

Een plant kan geen waardevolle organische voedingsstoffen produceren als de bodem de gewenste grondstoffen niet aanlevert in de juiste vorm en verhoudingen. Die situatie ontstaat door het ontbreken van een rijk (aeroob) bodemleven, dat allerlei organische hulpstoffen produceert die hard nodig zijn bij de vertering van alle koolhydraten, vetten en eiwitten in ons voedsel om alle voedingsstoffen ook daadwerkelijk te kunnen benutten. Het grote probleem met de toepassing van kunstmest is nu dat het bodemleven langzaam maar zeker onderuit wordt gehaald en het aanbod van voedingsstoffen dus niet meer door de plantenwortels kan worden beïnvloed in een samenwerking met het bodemleven. Het gevolg is dat de plant in plaats van organisch gebonden voedingsstoffen op afroep, alleen nog maar een niet-gebalanceerd pakket van minerale kunstmestzouten krijgt opgedrongen, dat de weerbaarheid van de plant vaak nadelig beïnvloedt omdat het lokale voedselaanbod niet meer naadloos door het bodemleven kan worden afgestemd op de behoeftes van de individuele plant.

Een gebrek aan aeroob bodemleven vloeit voort uit een tekort aan zuurstof en beschikbare sporenelementen en/of koolstof in de bodem (ook weer in organische vorm). Een element als Mg (magnesium) bv. speelt een sleutelrol bij de vorming van wel 200 verschillende enzymen en is cruciaal bij de aanmaak van chlorofyl. De beschikbaarheid van sporenelementen wordt fors verlaagd door gebruik van het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat, dat sterk nadelig is voor het bodemleven omdat glyfosaat juist de sporenelementen opsluit die essentieel zijn voor de vorming van bacteriële enzymen.

Ten slotte is er dan nog het probleem van de NPN (Non Protein Nitrogen), = de niet eiwitgebonden stikstof die ook niet op andere wijze gebonden is. Voorbeelden zijn natuurlijk allereerst de wateroplosbare nitraat- en ammoniumzouten in kunstmest. Maar ook in dunne dierlijke mest zijn die -naast kalium- in veel te grote hoeveelheden aanwezig, als gevolg van te veel stikstof (=lees: eiwit) in het veevoer. Het gebrek aan structuurrijk voer (vezels die voor koolstof zorgen) doet de rest. Het resultaat is een veel te lage koolstof/stikstof-verhouding (C/N-ratio). Dit wil zeggen dat er veel te weinig koolstof beschikbaar is voor het bodemleven om alle beschikbare stikstof vast te kunnen leggen in organische vorm (eiwitten, enzymen). Die overtollige stikstof verdwijnt dus in de atmosfeer, als ammoniak en/of lachgas, of spoelt uit als nitraten en/of nitrieten naar het grondwater, evenals kalium. Dat geldt met name voor drijfmest. Zeker als die mest ook nog eens wordt geïnjecteerd in de bodem, ontstaan er forse zuurstoftekorten en een zure voedingsbodem waar schadelijke organismen goed gedijen. De Fusarium-schimmel is daar een goed voorbeeld van. Die schimmels produceren dan weer toxines waarvan een deel ook in ons voedsel terecht kan komen en dan voor forse problemen in ons darmstelsel zorgt.

Een beetje theorie.
In de eerste 'snelle' fase van de plantenvertering worden door het bodemleven de primaire afbraakproducten gevormd. Die komen vrij bij de afbraak van cellulose uit de plantencelwand en bij de verwerking van de celinhoud die dan naar buiten treedt (plasma + bacteriën). Na die eerste verteringsslag (de 'Zellgare' van Hans Peter Rusch die het beste werkt bij veel zuurstof) kunnen de verteringsproducten alweer snel verder worden verwerkt, om door de plant opgenomen te kunnen worden als hapklare brokken geschikt voor de opbouw van afweerstoffen, vitaminen en enzymen. Die worden ook wel secundaire metabolieten genoemd. Wat er overblijft zijn de moeilijk(er) afbreekbare koolstofketens, die in de tweede fase steeds langer worden en electrisch actief, zodat ze water en voedingsstoffen kunnen vasthouden. De eerste en tweede fase dienen dus min of meer met elkaar in evenwicht te zijn om elkaar te kunnen aanvullen. Het 'afgewerkte' koolstofrijke restproduct van de tweede fase wordt ook nog vaak humus genoemd, maar is dode materie geworden, die minder interessant is voor het bodemleven. Wat belangrijk blijft is de adsorptiecapaciteit van deze 'fossiele' humus, die dus nutriënten kan vasthouden en nog duizenden jaren aanwezig kan blijven. Oude humus kan overigens wel uitspoelen en op grotere diepte verkitten en storende lagen gaan vormen.

Als er op het land chemische middelen (kunstmest, pesticiden) worden toegepast, worden bovenbeschreven organische processen langzaam maar zeker de kop ingedrukt en komt de koolstofkringloop tot stilstand. Hoe meer chemie, hoe sneller. Boeren lopen daardoor bovendien ook meer dan gemiddelde gezondheidsrisico's, omdat met bestrijdingsmiddelen werken niet echt een gezonde bezigheid is (het eten van de residuen trouwens ook niet). Het belang van organische plantenvoeding voor de gezondheid van mens en dier wordt, zeker in het reguliere circuit, nog nauwelijks (ond)erkend. De kennis over actieve organische stof in de bodem is ooit wel ontwikkeld, maar in het vergeetboekje geraakt met wat hulp van de explosievenindustrie. Die wilde na de Wereldoorlogen graag stikstof uit zakken verkopen, zonder de gevolgen voor de menselijke en dierlijke gezondheid te onderzoeken. De historische kennis over organische plantvoedingscomponenten is echter gewoon aanwezig in bibliotheken en moet in veel gevallen alleen even 'afgestoft' worden om, in de juiste context toegepast, een landbouw in de benen helpen die ons weer op een duurzame wijze gezond voedsel levert. Om de bodem-ecologische processen weer een beetje 'op stoom' te krijgen, moeten we de bodem allereerst weer voldoende bodemleven teruggeven en dus zodanig voeden met groenbemesters en steenmeel dat het humusgehalte weer gaat stijgen en de caroussel van de koolstofkringloop weer kan draaien. Dat is niet alleen goed voor onze gezondheid, maar ook voor meer koolstofopslag en meer waterberging in de bodem. Onze gezondheid rust eigenlijk op 5 pijlers: bodemleven, lucht, water, zonlicht en sporenelementen. Als we in dat rijtje 'bodem-' vervangen door 'zee-', zijn we weer terug op de stek waar we evolutionair ooit zijn begonnen: in de oceaan, met al zijn sporenelementen, waarvan we veel meer afhankelijk zijn dan we dachten.
Winkelwagen
0 artikelen | € 0,00
»
Zoeken
»
Mijn account
»

Wat is humificatie ?

Er is bij de vertering van plantenresten sprake van twee sporen: het 'snelle' en het langzame spoor. Humificatie gaat over dat langzame spoor. Als bodemorganismen organische resten aeroob verwerken, worden er bij de onttrekking van de direct bruikbare voedingsstoffen (het snelle spoor, zie links) ook steeds langere koolstofketens gevormd (het langzame spoor). Wormen hebben een belangrijk aandeel in deze omzetting. We spreken daarbij van humificatie, omdat in dat proces (levende) humus wordt gevormd. Dit is de oppervlakte-actieve organische stof die belangrijk is voor de natuurlijke vruchtbaarheid van de bodem en door zijn kittende werking ook voor verbetering van de 'kruimel'structuur zorgt.
Filter Welkom Vereniging Lidmaatschap Bestuur Wie Wat Waar Agenda en Nieuws Archief 2016 Archief 2015 Archief 2014 Archief 2013 Archief 2012 Onderwerpen Gezonde bodems Bemesting? Bodemleven Vitaal water Vitale gewassen, voeding en gezondheid Kringlopen in land-en tuinbouw Boer-Burger en Ecoregio's Dierenwelzijn Nieuwe wetenschap en spiritualiteit Koolstofproblematiek Energievoorziening Biodiversiteit Gentechgewassen HR-gewassen Bt-gewassen Activiteiten Themadagen Eerdere themadagen Workshops en Symposia VoedselAnders-conferentie 2014 Symposium met Cordaid "Welke kennis delen wij?" 28 mei 2013 Lezingen Don Huber oktober 2011 Conferentie Acres USA december 2010 Ledenvergaderingen Nieuwsbulletin Publicaties NVLV Heel de Wereld Levenskracht uit de oceaan Bodemgezondheid QA Jaarboek 2012 Projecten Deelnetwerken Quadrupool Academie Regionaal Landelijk, Thematisch Uitdagingen Sponsoring