Home | Contact | Mijn account | RSS | English

Bemesting? Niet de plant, maar het bodemleven voeden

De natuurlijke vruchtbaarheid van een levende bodem wordt regelmatig vergeleken met een vliegwiel: door de opgespaarde energie (aanwezig in humus en bodemleven) valt zijn vruchtbaarheid niet zomaar stil, maar die moet wel op peil gehouden worden door continue energie te blijven toevoeren in de vorm van organische koolstofverbindingen! Daarom moet een levende bodem altijd bedekt zijn met planten of plantenresten, die een constante stroom van organisch basisvoedsel voor het bodemleven op gang houden. Mest kan natuurlijk ook, maar dan wel van goede kwaliteit (vezels!), met mate toegepast en voorzien van voldoende zuurstof, zodat de juiste (aerobe) bacteriën de celstructuren kunnen verteren.

De industriële landbouw vindt het allemaal niet zo praktisch, maar het gebruik van verterende organische componenten stimuleert (in aanwezigheid van voldoende sporenelementen) de ontwikkeling van een rijk, gevarieerd bodemleven dat de grond weer gezond maakt. Dat kan even duren (3 tot 5 jaar afhankelijk van de startcondities en de verzorging van het bodemleven in ontwikkeling), maar eenmaal geactiveerd is het bodemleven weer de motor van een zich herstellende natuurlijke bodemvruchtbaarheid die zijn eigen brandstof produceert (de humus) plus de grondstoffen die de plant in staat stellen zijn vitaliteit en gezondheid op te bouwen met de vorming van secundaire metabolieten. Zie onder. Echter ook als de motor van het bodemleven goed draait blijft goed onderhoud van het grootste belang voor een betrouwbaar functioneren. Dat betekent: bodemleven en sporenelementen in de gaten houden.


Groene planten op een levende bodem bedruipen zichzelf (niveau 3 in de grafiek)
Groene planten kunnen zichzelf voeden als er een rijk en voldoende divers bodemleven aanwezig is, maar daarover later meer. Alleen met zouten in oplossing is dat niet mogelijk zonder een constante aanvoer van zouten in de juiste concentraties: bij opgeloste zouten is buffering van hoeveelheden een moeilijk verhaal, vooral bij arme zandgronden waar adsorptie aan klei nauwelijks mogelijk is. Bij georganiseerde vormen van landbouw betekent dat dus dat de mens voortdurend met het gietertje tussenbeide moet komen om ontbrekende elementen aan te vullen. Een interessante oplossing in dit verband is het toedienen van (verdund) zeewater, omdat dat zoveel sporenelementen bevat. Als er echter in het gietwater sommige sporenelementen ontbreken, heb je de poppen alsnog aan het dansen. De tekorten lopen nog veel sneller op als er ook bepaalde chelerende*) bestrijdingsmiddelen in het spel zijn die de weinige, nog aanwezige sporenelementen inkapselen.

Planten stellen met behulp van zonlicht voedingsstoffen samen. Dat proces heet fotosynthese en vindt plaats wanneer er zonlicht valt op een groene stof in het blad die chlorofyl heet en als twee druppels water lijkt op hemoglobine, de stof die in ons bloed zorgt voor het transport van zuurstof. Door in chlorofyl het magnesium-atoom te vervangen door een ijzer-atoom krijgt men hemoglobine.
Overdag bestaat het fotosyntheseproces uit 2 trappen:
  • productie van suikers en zuurstof, uit CO2, met zonlicht en waterdamp en
  • productie van aminozuren, uit suikers en organisch gebonden stikstof.
's Nachts wordt er CO2 uitgeademd.

Secundaire metabolieten bepalen de mate van weerstand tegen ziekten en plagen
Door een gedeelte van de gevormde suikers en aminozuren uit te ruilen voor verbindingen die door het bodemleven worden aangeleverd via de wortels, kan de plant daarmee vervolgens zijn huisapotheek samenstellen. In de apotheek vinden we enzymen, fytohormonen, fytoalexinen, alkaloïden en glycosiden e.d. Deze stoffen bevatten relatief veel sporenelementen en worden ook wel secundaire metabolieten genoemd. Ze verlenen de plant weerstand tegen ziekten en plagen en een grotere veerkracht (herstellend vermogen). In bovenstaand grafiekje is te zien dat als de beschikbaarheid van mineralen boven een bepaald niveau wordt gebracht (zeg maar het groeiniveau waarbij het bodemleven nog voldoende nutriënten kan aanleveren) de vorming van secundaire metabolieten berekend per kg droge stof niet verder toeneemt, maar gaat afnemen. Op hetzelfde punt neemt ook de snelheid van de relatieve groei niet verder toe.
Met andere woorden: als de groeisnelheid van de plant buiten het bodemleven om te ver wordt opgejaagd met extra zouten in oplossing, komt de plant bijbehorende organische verbindingen te kort die nodig zijn voor zijn weerstand en veerkracht: zijn huisapotheek raakt leeg. Het bodemleven is dan niet meer in staat voldoende bouwstenen te leveren voor de vorming van deze secundaire metabolieten die de plant bij de hoge groeisnelheid afdoende kunnen blijven beschermen. Gevolg: de plant wordt in toenemende mate kwetsbaar voor ziekten en plagen. Met dat risico heeft men te maken wanneer men opschuift naar bemestingsniveaus (resource availability) 4 en 5 in de grafiek, die veel worden toegepast in de biologische en de reguliere landbouw, respectievelijk.

In den beginne was er geen bemesting maar bodemleven in de koolstofkringloop
Als je gewassen op een werkelijk geïntegreerde manier teelt, in combinatie met andere gewassen, kruiden, struiken en bomen, heb je helemaal geen bemesting nodig, op voorwaarde dat er wel (opneembare) sporenelementen in de bodem aanwezig zijn. Voor de opneembaarheid moeten sporenelementen bij voorkeur gekoppeld zijn aan organische koolstofverbindingen. Daarvoor zorgt het bodemleven in ruil voor suikers uit de plant. Het bodemleven ontsluit de sporenelementen, bv. uit gesteente(meel) en koppelt ze aan koolstofketens. Dan brengen de gewassen de benodigde hoofdelementen en sporenelementen in de bouwvoor, in symbiose met de Mycorrhiza-schimmel, met andere gewassen en deels door elektromagnetische extractie uit de ether. Omdat elke plant zijn eigen combinatie van suikers produceert en daardoor zijn eigen soorten bodemleven aantrekt, wordt de diversiteit van het bodemleven sterk gestimuleerd door wisselende combinaties van planten in ruimte en tijd. Natuurlijke bodemvruchtbaarheid is dus onlosmakelijk verbonden met (de activiteit van) het bodemleven, iets dat onderhouden moet worden met voldoende gewasvariatie en bodembedekking.

Niet de plant, maar het bodemleven moet gevoed worden, met een continue stroom
Omdat het bodemleven een continue stroom suikers en aminozuren nodig heeft, is het van groot belang dat de bodem altijd bedekt is, hetzij met verterende vegetatieresten, hetzij met verschillende planten die met behulp van hun wortelafscheidingen (exudaten) de symbiose met het bodemleven over het jaar gaande houden. Als je dus voldoende restmaterialen zoals stoppel, stro en gewasresten achterlaat, en bovendien zorgt dat het gewas voldoende ruim “fotosynthetiseert”, d.w.z. door middel van fotosynthese suikers, aminozuren en worteluitscheidingsproducten als groeistoffen (auxinen, gyberellinen), vitaminen, fytoalexinen, alkaloïden, glycosiden e.d. in de bodem brengt, dan bouw je naast een grotere diversiteit aan bodemleven ook een buffervoorraad aan beschermende stoffen op in de bodemmatrix. Stoffen die beschermen tegen bodem- en wortelaaltjes, insecten e.d.

Het bodemleven heeft sporenelementen en organische koolstofverbindingen nodig
De diversiteit aan bodemleven en het vermogen beschermende stoffen aan te maken zijn gekoppeld aan de aanwezigheid van opneembare sporenelementen. Deze mineralen zijn de kiemen van intelligentie. De aanwezigheid of het gebrek daaraan in de bodem werkt door over de gehele lengte van de voedselketen: tot bij de mens.
Dat is de oorzaak van de ramp die momenteel in de gangbare landbouw plaatsvindt: het systemische herbicide glyfosaat legt alle tweewaardig positieve ionen (metalen) in de bodem vast, waardoor er kunstmatige tekorten aan sporenelementen worden gecreëerd. Die worden voor tenminste 20 jaar vastgelegd, als er niet voldoende bodemleven in de grond aanwezig is. Daarmee dooft het bodemleven dus uit. Dit wordt nog versterkt door het 'verbranden' van organische stof,
  • wanneer met ploegen het bodemprofiel op zijn kop wordt gezet
  • waardoor de organische stof in korte tijd wordt gemineraliseerd (geoxideerd tot CO2) en
  • het bodemleven wordt ontregeld.
Wanneer er kunstmest, ongerijpte drijfmest, digestaat en gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, wordt als een gevolg daarvan de organische stof gekannibaliseerd om de laatste nog beschikbare sporenelementen te kunnen bemachtigen. Organische stof is simpelweg de provisiekast van het bodemleven. Als de provisiekast wordt geplunderd of wordt dichtgespijkerd (door de chelerende werking van glyfosaat, zie voetnoot), dan wordt de aanvoer van voldoende sporenelementen afhankelijk van andere, minder betrouwbare bronnen en komt de gezondheid van de planten op de tocht te staan.

Bemesting is vrijwel altijd een kwestie van te veel (op punten) en niet van te weinig
Natuur, fotosynthese en gewasgroei werken heel subtiel. Uiteindelijk is alle materie gestolde energie, trilling en golven. Dat wist Einstein al. Planten zijn niets meer en niets minder dan gevoelige antennes die door toepassing van kunstmest, bestrijdingsmiddelen, rottende drijfmest en digestaat van vergisters zodanig worden ontregeld dat zij niet meer juist kunnen functioneren en de fotosynthese kunnen uitvoeren. Daardoor zijn ze ook niet meer in staat de juiste aminozuren, o.a. lysine, in voldoende hoeveelheden aan te maken*). Dat creëert een probleem omdat het menselijk organisme is geprogrammeerd om door te blijven eten totdat er een bepaalde hoeveelheid lysine is geconsumeerd. Een tekort aan lysine in het voedsel is er dus de oorzaak van dat de consument wordt aangezet tot overeten, omdat er niet meer op tijd een verzadigingsgevoel optreedt. Obesitas en diabetes zijn daar het gevolg van. Bij voortduren van die conditie kan dat leiden tot chronische klachten als hart- en vaatziekten, kanker, Alzheimer (beschavingsziekten). Uiteindelijk is die laatste groep ziekten dus mens-geïnduceerd/ het gevolg van menselijk handelen.

Als planten en bodemleven de juiste informatie krijgen kunnen zij hun eigen voedsel samenstellen. Bij dosering van meststoffen dien je daarom in principe homeopathisch te werk te gaan, zeker bij het toepassen van bladbemesting. Zelfs in een spray van 200 gr/ha bitterzout (MgSO4) gaat het wel eens fout, door bladschade als gevolg van overinformatie. (let op het woord 'overinformatie' in plaats van 'bemesting'). Als gewassen op de juiste wijze worden 'geïnformeerd' en geoogst dan gaat het bodemleven zich ontwikkelen. Dan kost een oogst ook geen organische stof (OS) meer, maar draagt het cultuurgewas door zijn samenwerking met het bodemleven juist bij aan een verhoging van de OS-gehalten door dat zelfde bodemleven: elk jaar een beetje meer.

*) chelerende bestrijdingsmiddelen kapselen de mineralen in, waardoor die in de grond wel aanwezig zijn en chemisch aantoonbaar zijn, maar niet meer door de plant kunnen worden opgenomen. Het systemisch bestrijdingsmiddel glyfosaat (het werkzame bestanddeel van Roundup) is een hele kwaaie. Die kapselt alle positieve tweewaardige metaal-ionen in, zoals Mg2+ (magnesium), Mn2+ (mangaan), Fe2+ (ijzer) en ga zo nog maar even door. Het chelatieproces is een ramp voor de vorming van enzymen in de bodem en betekent dus een ramp voor de vorming van secundaire metabolieten in de plant, met grote gevolgen voor het niveau van weerbaarheid en vitaliteit.






Winkelwagen
0 artikelen | € 0,00
»
Zoeken
»
Mijn account
»
Filter Welkom Vereniging Lidmaatschap Bestuur Wie Wat Waar Agenda en Nieuws Archief 2016 Archief 2015 Archief 2014 Archief 2013 Archief 2012 Onderwerpen Gezonde bodems Bemesting? Bodemleven Glyfosaat Vitaal water Vitale gewassen, voeding en gezondheid Kringlopen in land-en tuinbouw Boer-Burger en Ecoregio's Dierenwelzijn Nieuwe wetenschap en spiritualiteit Koolstofproblematiek Energievoorziening Biodiversiteit Gentechgewassen HR-gewassen Bt-gewassen Activiteiten Themadagen Eerdere themadagen Workshops en Symposia VoedselAnders-conferentie 2014 Symposium met Cordaid "Welke kennis delen wij?" 28 mei 2013 Lezingen Don Huber oktober 2011 Conferentie Acres USA december 2010 Ledenvergaderingen Nieuwsbulletin Publicaties NVLV Heel de Wereld Levenskracht uit de oceaan Bodemgezondheid QA Jaarboek 2012 Projecten Deelnetwerken Quadrupool Academie Regionaal Landelijk, Thematisch Uitdagingen Sponsoring