Home | Contact | Mijn account | RSS | English

Wat is (organische) kringlooplandbouw

MDoelenOrganische kringlooplandbouw brengt zo snel en compleet mogelijk de organische producten terug op de bodem waar zij vandaan kwamen. Dit is nodig, niet alleen voor het onderhouden van de natuurlijke bodemvruchtbaarheid voor volgende jaren, maar ook voor volgende generaties. De organische retourproducten die terugkeren op het land worden door het zuurstofminnend (aeroob) bodemleven afgebroken en deels verwerkt voor gebruik door het volgende gewas. De rest wordt opgeslagen als humus in het klei/humuscomplex, dat naast organische nutriënten ook enorm veel mineralen, water en lijmstoffen kan vasthouden, dankzij zijn colloïdale eigenschappen. Het helpt ook balans te brengen in het pakket organische verbindingen dat de plant via het bodemleven krijgt aangeboden. De tekorten die ontstaan door het opeten van de geoogste producten worden uiteraard aangevuld met natuurlijke voedingsstoffen voor het bodemleven, met voldoende aandacht voor de spoorelementen.

Met kringlooplandbouw KAN men dus op duurzame wijze weerbare gewassen telen, die door hun hoge (organische) nutriëntendichtheid het fundament vormen voor
  • een landbouw die onafhankelijk is van bestrijdingsmiddelen en
  • volwaardig voedsel, met een compleet nutriëntenpakket, zonder residuen.

Met kringlooplandbouw KAN men ook enorme hoeveelheden CO2 vastleggen. Voor dat alles moet het bodemleven echter wel weer op orde zijn, wat vaak even tijd kost op gronden die lang met traditioneel/industriële cultivatiemethoden zijn bewerkt en nog vol zitten met residuen van bestrijdingsmiddelen die het bodemleven schaden.

Waarom de grote nadruk op het bodemleven? Het is de weg naar volwaardig voedsel
Op zichzelf geeft de term 'kringlooplandbouw' nog geen garantie op volwaardig voedsel: het vereist een aanvullende definitie waarin wordt aangegeven op welk niveau de kringloop dient te worden gesloten om volwaardig voedsel te kunnen produceren: namelijk op organisch niveau. Dit houdt in dat het bodemleven in samenwerking met de plantenwortels bepaalt hoe ver het retourmateriaal wordt afgebroken voordat de 'brokstukken' (peptiden) weer geschikt zijn voor opname door de plant. Het is dus van levensbelang dat het bodemleven voldoende actief wordt in de omgeving (rhizosfeer) van de haarwortels. En dat hangt weer af van de mate waarin het materiaal waarmee men de kringloop voedt, geschikt is voor afbraak door bodemorganismen. Pas bij voldoende bodemleven stijgt de hoeveelheid organische nutriënten die met het gewas worden uitgewisseld zodanig dat het gewas als basis kan gaan dienen voor de productie van volwaardig voedsel. Dan pas komt er ook een kringloop 'op stoom' die wel een onderbreking in de materiaalaanvoer kan hebben omdat humus, naast een structurerende, ook een vliegwielfunctie heeft. Waar het om gaat is dat er over de jaren heen een liefst toenemende, stroom van hoogwaardige, natuurlijke, organische materialen OP het land terugkomt, in een dosis die door het lokale bodemleven goed verteerd kan worden voor een optimale omzetting. Daarom is de C/N-verhouding van het retourmateriaal (de hoeveelheid koolstof C ten opzichte van stikstof N) van groot belang, evenals de beschikbaarheid van spoorelementen. De Oost-Aziaten hebben ons het kunstje 4000 jaar lang voorgedaan!

Basisvoorwaarde voor volwaardig voedsel op ons bord is dus het sluiten van een zuurstofrijke, organische koolstofkringloop met schone, organische reststoffen, want zo functioneert het bodemleven op zijn best en kan de plant optimaal worden voorzien van de juiste organische nutriënten. Het zorgt ook voor onderhoud van de bodem(infra)structuur, door koolstof vast te leggen in het klei/humuscomplex. In organische kringlooplandbouw figureren dus vier belangrijke spelers:

Oogstverliezen dienen te worden aangevuld met de natuurlijke organische reststoffen met de juiste C/N-verhouding (zie boven), waarbij supplementen zoals steenmeel en Keltisch zeezout kunnen dienen als aanvulling van de spoorelementen die de bodem in de loop van vaak eeuwen is kwijtgeraakt, maar voor het bodemleven wel nodig zijn als co-factor om enzymen te kunnen maken. Daar mogen dus ook geen inferieure resten tussen zitten, bv. digestaat uit vergisters met toxinen uit industriële processen, residuen van bestrijdingsmiddelen, reststoffen met (resistente) antibiotica of materialen met serieuze tekorten aan spoorelementen. Het gebruik van kunstmest (opgeloste zouten) zadelt de bodem op met verzuring en pleegt roofbouw op het klei/humuscomplex. Naarmate minder zouten colloïdaal aan de koolstofketens van het complex kunnen worden gebonden spoelen zij sneller uit naar het grondwater, of ontsnappen als een gas naar de atmosfeer.

Het bodemleven en het klei/humuscomplex vormen samen het bodemvoedselweb
Het bodemvoedselweb speelt dus de sleutelrol in een goed functionerende organische koolstofkringloop. Het bodemleven moet daarvoor tot ontwikkeling (kunnen) komen, maar mag niet worden overvoerd. Daarom is te veel materiaal tegelijk op het land brengen, zeker in het begin, niet goed. En veel materiaal de bodem inwerken (drijfmest!) al helemaal niet, want dat veroorzaakt zuurstofgebrek in de bodem, met veel te weinig aeroob bodemleven als resultaat.
In ruil voor suikers en aminozuren uit de haarwortels wil dit bodemleven in de rhizosfeer (rond de wortels) nauw samenwerken met de plant, voor het beschikbaar maken van alle organische nutriënten die bij het telen van weerbare gewassen nodig zijn om de hoge nutriëntdichtheid te behalen die bij de productie van volwaardig voedsel onontbeerlijk is. Met het oog hierop houdt de kringloopboer nauwlettend zicht op de lokale ecologische parameters die de conditie van het bodemvoedselweb bepalen, zoals mulch (bodembedekking), diversiteit in groenbemesters, bodemvocht-/ zuurstofgehalte en de C/N-verhouding in veevoer, mest en plantaardige mulches.

De highlights van kringlooplandbouw:
  1. Organische kringlooplandbouw delegeert het voeden van gewassen aan het bodemleven, omdat gewassen en bodemleven zonder tussenkomst van de mens kunnen samenwerken op een manier die een gezond gewas oplevert. Dat gezonde gewas vormt weer de basis van volwaardig, nutriëntrijk voedsel. Deze samenwerking gaat terug tot het prille begin van de evolutie, toen planten leerden gebruik te maken van de diensten van bodembacteriën en schimmels. Natuurlijk moet het bodemleven daarvoor wel actief zijn! Bodemorganismen vervullen ook een sleutelfunctie bij de ontwikkeling van een gezonde, veerkrachtige bodem die voldoende structuur bezit (het klei/humuscomplex) om grote hoeveelheden water en voedingsstoffen te kunnen vasthouden. Zonder bodemleven is er ook geen kringloop mogelijk; vooral het aeroob bodemleven werkt samen met de haarwortels van de plant bij het aanvoeren van de juiste (organische) nutriënten, die voor de nutriëntendichtheid en weerstand van de plant zo belangrijk zijn. Dit alles vraagt om teeltmaatregelen die ten goede komen aan het herstel en behoud van het aeroob bodemleven, door het bodemprofiel zoveel mogelijk met rust te laten. Hiermee worden de levende structuren (schimmeldraden!) in de bouwvoor intact gelaten, wordt het diepte-afhankelijk bacterieel leven niet verstoord en wordt onnodige afbraak van humus tegengegaan.
  2. Organische kringlooplandbouw richt zijn teeltmaatregelen op een goede microbiële balans Injectie van vloeibare mest leidt bv. al heel snel tot een gebrek aan zuurstof en dus tot rotting, omdat bij aerobe afbraakprocessen nu eenmaal voldoende zuurstof nodig is. Er ontstaat dus makkelijk een tekort aan aeroob bodemleven, waardoor de groei van anaerobe organismen bevorderd wordt. Dat veroorzaakt een ongewenste verschuiving in het metabolietenspectrum dat de bacteriën uitscheiden, niet alleen in de bodem, maar ook in de plant én in het darmsysteem van mens en dier. Daarmee is het scenario geschetst voor een ramp die landbouw én volksgezondheid treft: er komt een moment dat de gevolgen van de sterke reductie in opbouwende biotische koolstofverbindingen in de darmen niet meer door het lichaam kunnen worden opgevangen. De gezondheid van de gastheer komt dan uit het sub-klinische stadium, de gevolgen van de chronische tekorten worden zichtbaar voor de buitenwereld en er ontstaat een zorgvraag. Meer in het algemeen hangt de gezondheid van alle hogere organismen af van wat de in hun verteringssysteem aanwezige microbenpopulaties kunnen produceren aan aminozuren, enzymen, vitaminen etc. Een recent voorbeeld is het verband tussen het instorten van de bijenpopulaties wereldwijd en het gebruik van glyfosaat in diverse formuleringen. Zonder glyfosaatcocktails kunnen de aerobe organismen weer in activiteit toenemen en de balans tussen aerobe en anaerobe microben herstellen. Niet alleen in de bodem, maar ook in plant, dier en mens. Als het een bodem betreft zal dit herstelproces weliswaar meerdere jaren in beslag nemen, omdat er geen darmperistaltiek aanwezig is. In de menselijke ingewanden kan de darmflora echter al na enkele dagen merkbaar opknappen door het eten van gefermenteerd (maar wel volwaardig, zie rechts) voedsel, waarin aerobe organismen en hun stofwisselingsproducten ruim vertegenwoordigd zijn. Voorbeelden van zulke organismen zijn Lactobacillus, Bifidus etc. Als belangrijke stofwisselingsproducten kunnen we hier de essentiële aromatische aminozuren noemen, die op tal van punten sleutelfuncties vervullen, zoals in darmsysteem, immuunsysteem en zenuwstelsel.
  3. In zo'n kringlooplandbouw is de boer vooral facilitator van een rijk en divers bodemleven dat naast mo(dula)tor van de kringloop ook leverancier is van humus en waardevolle organische metabolieten. Dit rijke palet van door microben geproduceerde koolstofverbindingen is niet alleen de voorkeursvoedselbron voor planten, maar in zijn verscheidenheid ook het belangrijkste communicatiemiddel tussen eencelligen, hun directe omgeving en het systeem van de gastheer waarin ze verblijven.
  4. Organische kringlooplandbouw sluit nutriëntenkringlopen liefst op bedrijfs- of regioniveau, om deze kringlopen zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Kringlooplandbouw stelt de landbouwproductie dus primair in dienst van lokale voedselzekerheid en volksgezondheid en vormt daarmee een praktische toepassing van de lijfspreuk van Hippocrates: "Laat voedsel uw medicijn zijn en medicijn uw voedsel".
  5. Zo'n kringlooplandbouw stelt de productiefactor grond veilig voor volgende generaties door het belang van het bodemleven altijd voorop te stellen. Dat maakt de ontwikkeling van humus en een gebalanceerd microbioom mogelijk (zie punt 2.), waarmee de condities voor aanwas van waardevolle eiwit-verbindingen (enzymen!) in de bodem gestadig worden verbeterd. Zo wordt continuïteit gebracht in het productie-potentieel van de grond. Een basisvoorwaarde daarvoor is een gunstige C/N-verhouding in het organisch materiaal dat op de bodem wordt gebracht, om die betere benutting/ omzetting van stikstof in eiwitten mogelijk te maken. Die kunnen door het bodemleven in het bodem-plant-dier-mestsysteem met succes verwerkt worden in de kringloop, hetzij als organische nutriënten voor de plant of als humusvoorraad in de bodem. Bij een hogere C/N-verhouding kan het bodemleven de kringloop beter sluiten en worden lekverliezen van niet-eiwitgebonden stikstof teruggedrongen. Door bovendien (het aandeel van) de mens in de kringloop op te nemen, kan landbouwgrond millennia-lang hoogproductief gehouden worden zonder uitputtingsverschijnselen veroorzaakt door afwezige spoorelementen en zonder externe bronnen van fosfaat en stikstof aan te spreken. Dat hebben de Chinezen, Japanners en Koreanen met 4000 jaar kringlooplandbouw wel genoegzaam bewezen. Zie rechtsboven
  6. Aan productiezijde begunstigt deze kringlooplandbouw zowel bedrijfsrendement als milieu door weglaten van externe inputs zoals kunstmest en bestrijdingsmiddelen, die het bodemleven eerder verstoren dan vooruit helpen. Het bodemleven verbetert de condities voor wortelgroei in de bodem op tal van manieren en optimaliseert de opname van nutriënten door de plant. Zo nemen de nutriëntenverliezen naar andere milieucomparti-menten af, tot ver voorbij het punt waarop vanuit Brussel nog derogaties nodig zijn.
  7. Voor de consument levert deze kringlooplandbouw enorme besparingen aan ziektekosten op, die voortvloeien uit een toenemende humane en dierlijke gezondheid. Deze toename kan direct in verband worden gebracht met hogere gehaltes aan vitaminen, enzymen, afweer- reuk- en smaakstoffen in gewas en voedsel en met de afwezigheid van residuen van bestrijdingsmiddelen zoals glyfosaatcocktails. De stofwisselingsproducten van vnl. aerobe bacteriën, de zg. secundaire metabolieten, maken het verschil uit tussen kale calorieën en volwaardig, goed verteerbaar voedsel dat alle noodzakelijke nutriënten bevat in hun juiste verhoudingen.
Winkelwagen
0 artikelen | € 0,00
»
Zoeken
»
Mijn account
»
4000 jaar kringlooplandbouw, een boek in 1910 geschreven door F.H. King en vertaald 100 jaar later door Sietz Leeflang†, voor de stichting De 12 Ambachten
volwaardig voedsel bevat naast de kale calorieën ook, en in voldoende mate, alle secundaire plantenstoffen*) die nodig zijn om het voedsel voor de volle 100% te kunnen verteren, zodat de vrijkomende metabolieten (omzettingsproducten) ook voor de volle 100% kunnen worden aangewend ter ondersteuning van de gezondheid.

Bijgevolg blijven er na de vertering van volwaardig voedsel dus ook geen (ballast)stoffen achter waarvan het lichaam op den duur steeds meer hinder en blijvende schade gaat ondervinden.

*) Dit zijn de nutriënten die vooral door het bodemleven werden geproduceerd of aangeleverd, om door de plant met succes te worden verwerkt tot secundaire metabolieten zoals vitaminen, enzymen, geur- en afweerstoffen.

*) Het zijn tevens de nutriënten waaraan in industriële gewassen vaak ernstige tekorten ontstaan als gevolg van een noodlijdend bodemleven tijdens de groei.

Het is niet algemeen bekend dat naast antibiotica, ook (residuen van) bestrijdingsmiddelen met antibiotische werking bodemleven en darmflora enorm veel kwaad doen. Vaak al in hele lage concentraties maken zij de aerobe micro-organismen het leven zuur en verstoren de balans tussen aerobe en anaerobe organismen. De gevolgen daarvan voor het functioneren van met name enzymatische processen zijn gigantisch. Toch wordt er nog steeds veel te weinig onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten. Dat komt omdat kapitaalkrachtige bedrijven daar commercieel geen brood in zien en overheden daar nauwelijks geld in steken.
Filter Welkom Vereniging Missie en doelstellingen Lidmaatschap Bestuur Privacyverklaring Wie Wat Waar Agenda en Nieuws Archief 2018 Archief 2017 Archief 2016 Archief 2015 Archief 2014 Archief 2013 Archief 2012 Onderwerpen Gezonde bodems Bemesting? Bodemleven Glyfosaat Vitaal water Vitale gewassen, voeding en gezondheid Kringlopen in land-en tuinbouw Boer-Burger en Ecoregio's Dierenwelzijn Nieuwe wetenschap en spiritualiteit Koolstofproblematiek Energievoorziening Biodiversiteit Gentechgewassen HR-gewassen Bt-gewassen Activiteiten Themadagen Eerdere themadagen Workshops en Symposia VoedselAnders-conferentie 2014 Symposium met Cordaid "Welke kennis delen wij?" 28 mei 2013 Lezingen Don Huber oktober 2011 Conferentie Acres USA december 2010 Ledenvergaderingen Nieuwsbulletin Publicaties NVLV Heel de Wereld Levenskracht uit de oceaan Bodemgezondheid QA Jaarboek 2012 Projecten Deelnetwerken Quadrupool Academie Regionaal Landelijk, Thematisch Uitdagingen Sponsoring