Home | Contact | Mijn account | RSS | English

Organische kringlooplandbouw baant de weg naar vitaliteit en leven in gezondheid

Weerwaarheid en veerkracht van de plant worden sterk bepaald door de essentiële aminozuren en enzymen die voor de eiwitproductie van de plant beschikbaar zijn.

Een levende bodem in microbiële balans levert deze ingrediënten 'op afroep' aan de plant: er is sprake van samenwerking tussen de haarwortels en het bodemleven. Vooral de aerobe bacteriën zijn verantwoordelijk voor het complete 'bouwpakket' van peptiden (eiwitbrokstukken) dat een vitale plant zijn veerkracht geeft, de weerbaarheid tegen ziekten en plagen vergroot en de plant ook nog eens beschermt tegen vorst.

Een vitaal gewas vormt ook het juiste voedsel (vezels!) voor ontwikkeling van de juiste darmbacteriën, die voor 90% onze gezondheid bepalen en dus het beste instrument zijn bij het voorkomen en bestrijden van chronische beschavingsziekten.

Hieronder vindt u de markante eigenschappen van organische kringlooplandbouw

  1. Organische kringlooplandbouw delegeert het voeden van gewassen aan het bodemleven, omdat gewassen en bodemleven zonder tussenkomst van de mens kunnen samenwerken op een manier die een gezond gewas oplevert. Dat gezonde gewas vormt weer de basis van volwaardig, nutriëntrijk voedsel. Deze samenwerking gaat terug tot het prille begin van de evolutie, toen planten leerden gebruik te maken van de diensten van bodembacteriën en schimmels. Natuurlijk moet het bodemleven daarvoor wel actief zijn! Zonder leven in de bodem wordt de kringloop onderbroken, hoezeer men ook probeert bovengronds allerlei misplaatste ingrediënten op te stapelen. Het gaat om de focus! Vooral het aeroob bodemleven moet gevoed worden, omdat dat samenwerkt met de haarwortels van de plant bij het aanvoeren van de juiste (organische) nutriënten, die voor de nutriëntendichtheid en weerstand van de plant zo belangrijk zijn. Dit alles vraagt om teeltmaatregelen die ten goede komen aan het herstel en behoud van het aeroob bodemleven, door het bodemprofiel zoveel mogelijk met rust te laten. Hiermee worden de levende structuren (schimmeldraden!) in de bouwvoor intact gelaten, wordt het diepte-afhankelijk bacterieel leven niet verstoord en wordt onnodige afbraak van humus tegengegaan. Pas dan kunnen bodemorganismen ook optimaal gaan functioneren bij de ontwikkeling van een gezonde, veerkrachtige bodem die voldoende structuur (het klei/humuscomplex) bezit, waardoor grote hoeveelheden water en voedingsstoffen voor plant en bodemleven kunnen worden vastgehouden, totdat ze nodig zijn.
  2. Organische kringlooplandbouw richt teeltmaatregelen dus op een goede microbiële balans Injectie van vloeibare mest leidt bv. al heel snel tot een gebrek aan zuurstof en dus tot rotting, omdat bij aerobe afbraakprocessen nu eenmaal voldoende zuurstof nodig is. Er ontstaat dus makkelijk een tekort aan aeroob bodemleven, waardoor de groei van anaerobe organismen bevorderd wordt. Dat veroorzaakt een ongewenste verschuiving in het metabolietenspectrum dat de bacteriën uitscheiden, en niet alleen in de bodem. De gewijzigde beschikbaarheid van nutriënten manifesteert zich ook in de plant én in het darmsysteem van mens en dier. Daarmee is het scenario geschetst voor een sluipende ramp die landbouw én volksgezondheid treft: er komt een moment dat de gevolgen van de sterke reductie in essentiële aminozuren in de darmen van mens en dier niet meer door het lichaam kunnen worden opgevangen. De gezondheid van de gastheer komt dan uit het sub-klinische stadium, de gevolgen van de chronische tekorten worden zichtbaar voor de buitenwereld en er ontstaat een zorgvraag. Meer in het algemeen hangt de gezondheid van alle hogere organismen af van wat de in hun verteringssysteem aanwezige microbenpopulaties kunnen produceren aan aminozuren, enzymen, vitaminen etc. Een recent voorbeeld is het verband tussen het instorten van het immuunsysteem van bijenpopulaties wereldwijd en het gebruik van glyfosaat in diverse formuleringen. Zonder glyfosaatcocktails kunnen de aerobe organismen weer in activiteit toenemen en de balans tussen aerobe en anaerobe microben herstellen. Niet alleen in de bodem, maar ook in plant, dier en mens. Als het een bodem betreft zal dit herstelproces weliswaar meerdere jaren in beslag nemen, omdat er geen darmperistaltiek aanwezig is. In de menselijke ingewanden kan de darmflora echter al na enkele dagen merkbaar opknappen door het eten van gefermenteerd (maar wel volwaardig, zie rechts) voedsel, waarin aerobe organismen en hun stofwisselingsproducten ruim vertegenwoordigd zijn. Voorbeelden van zulke organismen zijn Lactobacillus, Bifidus etc. Als belangrijke stofwisselingsproducten kunnen we hier de essentiële aromatische aminozuren noemen, die op tal van punten sleutelfuncties vervullen, zoals in darmsysteem, immuunsysteem en zenuwstelsel.
  3. In zo'n kringlooplandbouw is de boer vooral facilitator van een rijk en divers bodemleven dat naast mo(dula)tor van de kringloop ook leverancier is van humus en waardevolle organische metabolieten. Dit rijke palet van door microben geproduceerde koolstofverbindingen is niet alleen de voorkeursvoedselbron voor planten, maar in zijn verscheidenheid ook het belangrijkste communicatiemiddel tussen eencelligen, hun directe omgeving en het systeem van de gastheer waarin ze verblijven.
  4. Organische kringlooplandbouw sluit nutriëntenkringlopen liefst op bedrijfs- of regioniveau, om deze kringlopen zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Kringlooplandbouw stelt de landbouwproductie dus primair in dienst van lokale voedselzekerheid en volksgezondheid en vormt daarmee een praktische toepassing van de lijfspreuk van Hippocrates: "Laat voedsel uw medicijn zijn en medicijn uw voedsel".
  5. Zo'n kringlooplandbouw stelt de productiefactor grond veilig voor volgende generaties door het belang van het bodemleven altijd voorop te stellen. Dat maakt de ontwikkeling van humus en een gebalanceerd microbioom mogelijk (zie punt 2.), waarmee de condities voor aanwas van waardevolle eiwit-verbindingen (enzymen!) in de bodem gestadig worden verbeterd. Zo wordt continuïteit gebracht in het productie-potentieel van de grond. Een basisvoorwaarde daarvoor is een gunstige C/N-verhouding in het organisch materiaal dat op de bodem wordt gebracht, om die betere benutting/ omzetting van stikstof in eiwitten mogelijk te maken. Die kunnen door het bodemleven in het bodem-plant-dier-mestsysteem met succes verwerkt worden in de kringloop, hetzij als organische nutriënten voor de plant of als humusvoorraad in de bodem. Bij een hogere C/N-verhouding kan het bodemleven de kringloop beter sluiten en worden lekverliezen van niet-eiwitgebonden stikstof teruggedrongen. Door bovendien (het aandeel van) de mens in de kringloop op te nemen, kan landbouwgrond millennia-lang hoogproductief gehouden worden zonder uitputtingsverschijnselen veroorzaakt door afwezige spoorelementen en zonder externe bronnen van fosfaat en stikstof aan te spreken. Dat hebben de Chinezen, Japanners en Koreanen met 4000 jaar kringlooplandbouw wel genoegzaam bewezen. Zie rechtsboven
  6. Aan productiezijde begunstigt deze kringlooplandbouw zowel bedrijfsrendement als milieu door weglaten van externe inputs zoals kunstmest en bestrijdingsmiddelen, die het bodemleven eerder verstoren dan vooruit helpen. Het bodemleven verbetert de condities voor wortelgroei in de bodem op tal van manieren en optimaliseert de opname van nutriënten door de plant. Zo nemen de nutriëntenverliezen naar andere milieucomparti-menten af, tot ver voorbij het punt waarop vanuit Brussel nog derogaties nodig zijn.
  7. Voor de consument is deze kringlooplandbouw het fundament van zijn gezondheid, die toeneemt met de stijgende gehaltes aan secundaire metabolieten in de plant. Die kunnen direct in verband worden gebracht met hogere gehaltes aan vitaminen, enzymen, afweer- reuk- en smaakstoffen in gewas en voedsel. De afwezigheid van residuen van bestrijdingsmiddelen zoals glyfosaatcocktails zorgt voor het herstel van de aerobe darmflora, een belangrijke voorwaarde voor het terugdringen van de voedselallergieën en de continue laaggradige ontstekingen die het gevolg zijn van het LDS (Lekkende Darm Syndroom), dat door glyfosaat op de spits wordt gedreven. Nu terug naar de plant: de organische stofwisselingsproducten die vnl. door aerobe bacteriën worden aangevoerd naar de haarwortels, maken dus het verschil uit tussen kale calorieën en volwaardig, goed verteerbaar voedsel dat alle noodzakelijke nutriënten bevat in hun juiste verhoudingen.
    Voor de consument levert voeding afkomstig van een bodem in balans dus (automatisch) het complete pakket aan benodigde nutriënten. Deze voeding is het beste medicijn tegen beschavingsziekten en de beste garantie op een vitaal leven in gezondheid.

Winkelwagen
0 artikelen | € 0,00
»
Zoeken
»
Mijn account
»
Aardappelteler Arnold van Woerkom legt uit dat onze voedselgewassen (zoals de aardappel) om voedzaam te zijn de nutriënten in natuurlijke vorm moeten ontvangen. Daar heb je aeroob bodemleven voor nodig, en geen kunstmest (op t=1:14), omdat door kunstmest het bodemleven en de fijnmazige bodemstructuur (het klei/humuscomplex) op den duur achteruit boeren en allerlei spoorelementen en organische voedingsstoffen in de bodem gaan ontbreken, nog even los van de versnelde afbraak die door glyfosaat-cocktails wordt veroorzaakt.

Kunstmest is dus fast food voor voedselgewassen en bovendien niet duurzaam!

Een bodem met actieve aerobe bacteriën en schimmels (waar Mycorrhiza slechts één voorbeeld van is) kan per jaar netto wel zo'n 1% aan humus (stabiele organische koolstofverbindingen) aanmaken, als de condities voor met name het aerobe bodemleven tenminste optimaal zijn. Overigens mag men deze 1% toename niet zomaar gelijk stellen aan het vezelmateriaal dat men op het land terugbrengt om het bodemleven te voeden. De reden is dat in deze retourcomponent nog niet de extra CO2 is meegenomen die door een actief bodemleven ook wordt vastgelegd vanuit de lucht. Het netto aandeel van koolstof in het retourmateriaal is dus altijd lager dan de totale koolstofproductie van het bodemleven. Een gedeelte daarvan gaat direct naar de haarwortels van de plant; de rest wordt opgeslagen in het klei/humuscomplex en vormt dus de component die in de bodem zorgdraagt voor de netto aanwas van CO2, t.o.v het opgebrachte retourmateriaal. De verliezen aan CO2 die het materiaal al eerder, bv. bij het composteren heeft opgelopen, staan hier los van en kunnen oplopen tot de helft van het uitgangsmateriaal. Bij goed composteren/fermenteren zijn deze verliezen echter veel lager en is het resultaat ook veel voedzamer voor het bodemleven omdat ook meer stikstof kan worden vastgelegd in aminozuren en eiwitten, door de hogere C/N-ratio.
Filter Welkom Vereniging Missie en doelstellingen Lidmaatschap Bestuur Privacyverklaring Wie Wat Waar Agenda en Nieuws Archief 2018 Archief 2017 Archief 2016 Archief 2015 Archief 2014 Archief 2013 Archief 2012 Onderwerpen Gezonde bodems Bemesting? Bodemleven Glyfosaat Vitaal water Vitale gewassen, voeding en gezondheid Kringlopen in land-en tuinbouw Boer-Burger en Ecoregio's Dierenwelzijn Nieuwe wetenschap en spiritualiteit Koolstofproblematiek Energievoorziening Biodiversiteit Gentechgewassen HR-gewassen Bt-gewassen Activiteiten Themadagen Eerdere themadagen Workshops en Symposia VoedselAnders-conferentie 2014 Symposium met Cordaid "Welke kennis delen wij?" 28 mei 2013 Lezingen Don Huber oktober 2011 Conferentie Acres USA december 2010 Ledenvergaderingen Nieuwsbulletin Publicaties NVLV Heel de Wereld Levenskracht uit de oceaan Bodemgezondheid QA Jaarboek 2012 Projecten Deelnetwerken Quadrupool Academie Regionaal Landelijk, Thematisch Uitdagingen Sponsoring