Home | Contact | Mijn account | RSS | English

Uitdagingen

Uitdagingen 21e eeuw
De uitdagingen van de 21e eeuw zijn legio en het belang van verandering dringt steeds meer door.
  • Het belang van de natuurlijke bodemvruchtbaarheid van landbouwgrond voor de kwaliteit van ons voedsel dient onderdeel van het publiek bewustzijn te worden, omdat een gezond bodemleven daar onlosmakelijk mee verbonden is en de sleutelfactor vormt in de productie van volwaardig voedsel en het onderhouden van de gezondheid van mens en dier.
  • ter verbetering van de voedselkwaliteit dient het gebruik van antibiotica, kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen steeds verder te worden teruggedrongen. Bijkomend voordeel daarvan is het verminderd beroep op eindige fossiele bronnen.
  • daarom dient voeding ook een volwaardige plaats te krijgen op het Westers medisch curriculum. Aan de eed van Hippocrates dient weer zijn oorspronkelijke betekenis te worden teruggegeven: "Laat medicijn uw voedsel zijn en voedsel uw medicijn".
  • daarmee kunnen beschavingsziekten worden teruggedrongen, zoals obesitas, kanker, hart- en vaatziekten; verhoogde cholesterolgehaltes, autisme, ADHD, griep, Alzheimer, rheuma, artritis en antibiotica-resistente micro-organismen enz.
  • reconstructie van platteland voor behoud van leefbaarheid door stimulering van locale werkgelegenheid door regionale en decentrale productie van energie en grondstoffen
  • terugdringen van de afhankelijkheid van delfstoffen en aardolie voor de productie van brandstoffen, smeermiddelen, bulkchemie, kunstmest, landbouwchemicaliën en farmacie, door het opzetten van een bio-based economy. In een bio-based economy worden voornoemde basis chemicaliën geproduceerd door de landbouw. De onderliggende gedachte is het beëindigen van het gebruik van eindige bronnen; het verminderen van de afhankelijkheid van instabiele regio’s (MO en Rusland) (EU-beleid) wordt ook genoemd.
  • aanscherping van milieudoelstellingen in voorbereiding op het van kracht worden van de Kaderrichtlijnen grondwater en oppervlaktewater
  • transitie van fossiele brandstoffen naar emissie-neutrale brandstoffen, door stimulering van de productie van groene energie (stroom) en groene brandstoffen zoals biogas, waterstof en synthetische diesel
    a) windmolens
    b) bio-energie:
    - houtvergassing en houtverbranding, tevens productie van koolstof
    - mestvergisting met reststoffen uit landbouw en voedingsindustrie als co-substraat : frituurvet, slachtafval, tuinbouwafval enz
    - productie van synthetische diesel uit biomassa;Thermisch Physische Transformatie, Fischer Trops proces
  • integratie van het ‘Cradle to Cradle’ of ‘Afval = Voedsel’ concept in de samenleving.
    In dit concept dienen productieprocessen en producten bij te dragen tot de ontwikkeling van de aarde. Alle producten dienen geschikt te zijn als bodemvoeding en mogen geen giftige stoffen bevatten. Alle niet biologisch afbreekbare onderdelen moeten volledig zijn te hergebruiken
  • Vastleggen van CO2 door het gebruik van compost als bodemverbeteraar. Een recente studie voor de EU heeft uitgewezen dat gerekend over een periode van 100 jaar bij gebruik van compost als bodemverbeteraar jaarlijks 54 kg CO2 equivalent per ton compost in de bodem wordt vastgelegd. Volgens een andere EU studie is dit voordeel nog veel groter als andere positieve effecten worden meegerekend, als betere bewerkbaarheid van de grond; minder energie voor grondbewerking en oogsten, beter vochtbergend vermogen, geringere ziektedruk, lagere erosiegevoeligheid.

  • Als we de voornoemde uitdagingen als samenleving serieus nemen en op korte termijn en tegen de laagst mogelijke kosten resultaten willen zien, zullen we het lef moeten hebben de bakens ingrijpend te verzetten en paden te betreden waarvoor de wetenschappelijke onderbouwing voor een deel nog ontbreekt. De prioriteiten van wetenschappelijk onderzoek zijn om vermeende economische voordelen tot op heden vooral gericht op afzet van chemische en farmaceutische producten. Ook de wetgeving is in dit opzicht gecompromitteerd.
    In relatie tot huidige voortschrijdende inzichten, op het gebied van ontwikkeling van duurzame bodemvruchtbaarheid, productie van energie uit biomassa en de productie van levensmiddelen (gezondheid versterkend voedsel), is de huidige wetgeving achterhaald en blokkeert daardoor initiatieven op elk van voornoemde acht punten.

    Herstel van de bodemvruchtbaarheid.
    Wij moeten eigenlijk beginnen met de focus in de mestwetgeving te wijzigen van ‘het controleren en beheersen van de mineralenstromen’ naar ‘aanvoer van organische stof in combinatie met de juiste mineralen en sporenelementen’ het bodemleven wordt geactiveerd en de functionaliteiten terugkrijgt die in de afgelopen millenia zijn ontwikkeld. Hierdoor zullen op een natuurlijke wijze de meeste van de voornoemde thema’s worden gerealiseerd. Overigens zal e.e.a. minstens een generatie lang moeten worden ondersteund met bewustmaking-programma’s, om (diep) ingesleten bemesting- en voedingspatronen, maar ook voedselbereidings-wijzen te veranderen.

    De rol van stikstof(N) in de bodem.
    Planten bestaan voor 95 % uit producten uit de fotosynthese en voor 5% uit mineralen uit de bodem. Minimaal 85 % van de stikstof en de koolstof benodigd voor gewasgroei komt uit de atmosfeer en niet uit de bodem, zoals rond 1850 is gepostuleerd door Von Liebig. Op de ideeën van Von Liebig is de kunstmesttheorie met betrekking tot NPK (stikstof, fosfaat en kalium) gebaseerd. Stikstof is alleen in het voorjaar nodig om gewasontwikkeling op te starten en onder zeer sterke groeicondities om te voorkomen dat groeistagnatie optreedt. Stikstof heeft echter alleen effect als er voldoende organische stof in de bodem aanwezig is.
    In Nederland is die organische stof inmiddels door langdurig kunstmestgebruik en het verdwijnen van het voedselweb, door injecteren mest, bijna volledig uitgespoeld. Daardoor wordt de bodem alleen nog maar ‘substraat’ en maken we geen gebruik van haar krachtige complexe natuurlijke systeemwerking. Overigens heeft Von Liebig aan het eind van zijn leven zijn vergissing ingezien, maar is vervolgens afgedaan als niet meer bij de tijd. De kunstmestindustrie draaide al volop en was inmiddels een behoorlijk inkomstenbron.

    Essentiële interactie bodem en plantenwortels
    In de fotosynthese produceren de planten naast cellulose ook suikers, aminozuren, eiwitten, oliën, vetten, vitamines, planthormonen e.d. die via de wortels worden uitgewisseld met het bodemleven voor vocht, mineralen en door het bodemleven afgegeven phytohormonen en andere stimulantia om de planten tot afgifte van specifieke (voor het bodemleven belangrijke en opname-verbeterende) stoffen te prikkelen.

    Essentiele sporenelementen
    De bodem-, plant- en diersystemen zijn in hoge mate geïntegreerd, het resultaat van millennia van ontwikkeling en evolutie. Als onderdelen daarvan niet gezond zijn wordt dat in de interactie herkend en worden ze op natuurlijke wijze geruimd. Een gezonde ontwikkeling en vitaliteit zijn afhankelijk van voldoende brandstof (koolstof) en een juiste verhouding aan mineralen en sporenelementen.
    Met name de aanwezigheid van sporenelementen is hierbij cruciaal. De sporenelementen dienen als katalysator voor specifieke stofwisselingsprocessen, zonder verbruikt te worden.
    Zo hebben runderen ongeveer één picogram (10-12 gram) per dag aan kobalt nodig. Een hoeveelheid die op de punt van een naald past. Als de runderen dit niet via het voedsel binnen krijgen worden zij vatbaar voor allerlei ziekten.

    Nadelige bij-effecten van kunstmest:
    *lysine tekort
    Een aantal door de planten geproduceerde aminozuren zijn essentieel, in de zin dat dier en mens van de plant afhankelijk zijn voor de aanmaak ervan. Een voorbeeld is lysine. Lysine wordt alleen in voldoende mate aangemaakt wanneer het gewas de voeding op een natuurlijke wijze via het bodemleven aangeleverd krijgt.
    Bij gebruik van kunstmest kunnen de gewassen de mineralenopname niet meer biologisch reguleren en zijn ze genoodzaakt de overmaat aan in het bodemvocht opgeloste mineralen (meestal stikstof, fosfaat en/of kalium) door middel van osmose op te nemen om te voorkomen dat ze verdrogen. Dit verstoort de normale stofwisselingsprocessen zodat het gewas minder lysine produceert.
    Dit gebrek aan lysine zorgt ervoor dat de consument zowel dier als mens drie keer zoveel van het betreffende voedsel eet. In het lichaam zit als het ware een teller die de eenheden lysine telt. Van een gewas waarin minder lysine zit, wordt meer gegeten, totdat de maag vol is: de consument is ondervoed bij een volle maag. Op de lange duur betekent het een slopende uitholling van de gezondheid, resulterend in een gebreksziekte. Zo heeft Linus Pauling hart- en vaatziekten getypeerd als een verwaarloosde scheurbuik, gevolg van een chronisch tekort aan vitamine C. Hetzelfde verschijnsel treedt op bij duikers die te snel naar de oppervlakte komen als gevolg van teveel N dan lost de Lysineschede rond de hersenzenuwen op.
    *Ammoniakuitstoot
    Een ander effect van de ongecontroleerde aanvoer van mineralen via kunstmest is dat de plant vervolgens de overmaat aan stikstof afvoert door deze te verdampen als ammoniak (NH3). Het verdampen van o.a. ammoniak of alcohol door een ongezond gewas is voor plantenetende insecten het signaal dat de betreffende plant moet worden geruimd. Insecten zijn voor de detectie van zieke planten voorzien van een infrarood gasdetectiesysteem, waardoor ze zieke planten zelfs in het donker feilloos kunnen opsporen. De beharing op het lichaam en de poten van insecten, maar bijvoorbeeld ook tussen de facetten in de facetogen werken als antennes, waarbij de lengte van de haren bepaalt in welk frequentiebereik, ieder gas heeft zijn eigen specifieke golflengte, wordt waargenomen.
    Haast automatisch dwingt dit tot meer gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door de boer/ tuinder. Dit is exemplarisch. Wat naar boven toe gebeurt, gebeurt evenzo de bodem in.
    In plaats van symptoombestrijding kunnen we beter het probleem aan de wortel aanpakken: bodem leven herstellen.
    *Bodemleven vernietigend
    Net als bij alcohol zijn de opgeloste mineralen (zouten) in kunstmest en drijfmest bij concentraties groter dan 2% dodelijk voor het bodemleven en worden reserve voedselvoorraden (humus) aangesproken om de schade te beperken.

    Het bodemvoedselweb
    De bodembiologie is te beschouwen als een groot voedselweb waarin de verschillende vormen van organismen elkaar tot voedsel dienen. Het is een zaak van eten en gegeten worden. De bacteriën en schimmels vormen de basis van het voedselweb en worden door allen gegeten.

    De functies van bodemorganismen zijn de volgende:
    1. onderdrukking van ziekten door het consumeren van ziekteverwekkende organismen
    2. vastleggen van nutriënten (stikstof, fosfaat e.d.) in de organismen. Alle organismen maken gebruik van de citroenzuurcyclus voor energievoorziening, gebaseerd op omzetting van Adeninetrifosfaat in –difosfaat en – monofosfaat (ATP, ADP, AMP) en weer terug.
    Het is dus een misvatting dat biologisch vitale gronden meer uitspoelbaar fosfaat bevatten.
    Het fosfaat in de micro-organismen spoelt niet uit. Het fosfaatgehalte is eerder een maat voor de biologische activiteit in de bodem
    3. mineralisatie van nutriënten. De bodemorganismen maken de mineralen beschikbaar voor de planten in de snelheid waarin de planten er behoefte aan hebben. De planten sturen deze mineralisatie processen aan.
    4. verbetering van de bodemstructuur door:
    a. De bodemorganismen leggen organische stof vast in de vorm van humus
    b. Door het duwen, graven maken zij de bodem luchtiger en verbeteren:
    § doorwortelbaarheid;
    § gaswisseling in de bodem (aanvoer zuurstof, afvoer CO2);
    § drainage van overtollig water;
    §
    5. afbraak van giftige stoffen, bijvoorbeeld fenolen en tannine uit boombast e.d
    Let wel: door activering van de bodembiologie vindt nagenoeg geen uitspoeling van mineralen meer plaats. Bovendien zullen eventueel aanwezige verontreinigingen in de bodem biologisch worden afgebroken. De bodem wordt een bioreactor en een waterzuiverinsginstallatie.”
    6. verbetering van gewaskwaliteit door afgifte van plantgroei stimulerende hormonen en stoffen;
    7. terugdringen van onkruiden, door het in de bouwvoor brengen van mineralen, verbeteren van de drainage en het doorbreken van storende lagen in de bodem e.d.
    Onkruiden houden de bodemgebruiker een spiegel voor in de zin dat zij aangeven of er tekorten of een overmaat zijn aan mineralen en organische stof en over de aanwezigheid van stoorlagen, slechte drainage etc.

    Humus (organische stof ) als noodzakelijke randvoorwaarde
    De basis voor een bodem met voldoende en vitaal bodemleven berust op de instandhouding van voldoende humus, minimaal 4 %, in de bodem. Humus is door bodemleven omgezet/verteerde organische stof die wordt ingebouwd in de bodemmatrix. Humus bestaat uit complexe koolstofverbindingen met ketenlengtes van 60 koolstofatomen of meer met eiwit groepen e.d.
    In bodemmonsters wordt het organische stof gehalte bepaald door het te verhitten tot ca 600 graden Celsius. Met deze methode wordt alle organische stof verbrand. Vandaar dat de ondergrens voor een gezonde bodem bij organische stof op circa 5 (gew.)% organische stof ligt.
    Dit gehalte is minimaal vereist om voldoende voeding voor het bodemleven voor het hele groeiseizoen te hebben. Ter compensatie van oogstverliezen en verbranding door grondbewerking dient jaarlijks voldoende organische stof te worden aangevoerd om de biologische activiteit in stand te houden.

    Humus heeft een aantal unieke eigenschappen die voor gezonde gewasontwikkeling onontbeerlijk zijn:
    1) buffering van vocht: 1 kg/liter humus bindt 4 kg of liter water
    2) humus werkt bodemstructuur verbeterend
    a) in zandgronden kit het zanddeeltjes, waardoor dit minder erosiegevoelig wordt. Bovendien vertraagt humus de percolatie van water uit de bouwvoor (wortelzone) naar de ondergrond;
    b) In klei geeft humus ruimte, waardoor de toplaag minder slempgevoelig is (dichtslaat bij regen) en de kleigrond beter draineert;
    3) humus bindt zowel positieve als negatieve ionen.
    Het kleicomplex heeft een negatieve lading en bindt daardoor alleen de positieve mineralen (metalen: Na, K, Ca, Mg, Fe, enz).
    Humus is deels positief en deels negatief geladen en bindt daardoor niet alleen metalen maar ook de negatieve mineralen als zwavel, fosfaat, borium. Dit zijn uiterst belangrijke mineralen voor o.a. eiwitopbouw, transport van mineralen en energiehuishouding etc.;
    4) humus is direct opneembare voeding (astronautenvoer) voor plant- en bodemleven. Dat verklaart de verlaging in organische stofgehalten die optreedt wanneer mineralen in opgeloste vorm worden toegediend, zoals bij kunstmest en drijfmest.
    5) de elektromagnetische eigenschappen van humus maken dat humus dauw/vocht uit de lucht de bodem intrekt. In droge perioden hebben gewassen op humusrijke gronden minder last van stress door vochttekort en onder koude omstandigheden hebben gewassen minder vorstschade. Ook herstellen de gewassen sneller en beter bij eventuele schade door vorst of droogte;
    6) Door de grotere aantallen en soorten bodemorganismen als gevolg van een beter voedingstoestand, werkt humus ook ziekte onderdrukkend, zowel voor bodemziekten (o.a. aaltjes) als voor gewasziekten.

    In Nederland zijn voorbeelden van de bijna magische eigenschappen van humus te vinden op de esgronden op de Veluwe, in de Achterhoek, Twente en Drenthe. Bedenk dat de jaarlijks opgebrachte organische stof aan het eind van het groeiseizoen resulteert in een toename van 1 mm bodemdikte.
    Er zijn esgronden van 0,60 tot 0,80 m dikte. In eerdgronden (humusrijk) waarop jarenlang mais is verbouwd, zijn de organische stofgehalten teruggelopen van circa 12 tot rond 2%.
    Beneden 2% organische stof is geen landbouw meer mogelijk is, alleen nog substraatteelt.

    Bovendien zijn door overmatig gebruik van drijfmest en kunstmest op de meeste landbouwgronden niet alleen de mobiele hoofdelementen, maar ook de sporenelementen mee uitgespoeld.
    Zonder sporenelementen is het niet mogelijk vitale gewassen te telen en worden gewas- en bodembeschermingsmiddelen noodzakelijk.

    Reparatie landbouwgronden
    Als we in Nederland de stikstofverliezen willen terugdringen en verbetering willen in levensmiddelen en diergezondheid moet voor de reparatie van de landbouwgronden organische stof in combinatie met organische mineralen tot doseringen van 30 – 40 ton per ha mogelijk zijn.
    Tevens zullen de tekorten aan sporenelementen aangevuld moeten worden. De aanvulling van sporenelementen is overigens een eenmalige actie. Sporenelementen werken als katalysator en worden in de stofwisselingsprocessen in de bodem nagenoeg niet verbruikt.
    Bemesting met kunstmest is niet per definitie verkeerd alleen dient de bemesting altijd in combinatie met een bron van organische stof te geschieden, compost, zeewier, zeewierextract, zeewierkalk e.d.
    Het aardige is dat door bijmenging van 5 gew% van een organisch bron de oorspronkelijke hoeveelheid kunstmest tot 1/3 kan worden teruggebracht. De combinatie aan meststoffen is echter 20 keer effectiever en bovendien spoelen de mineralen niet meer uit.

    Vrijstelling van organische materialen van mestboekhouding
    Voor de ontwikkeling van de productie van bio-energie uit biomassa door vergisting, zullen de mineralen uit de digestaat (het uitvergiste substraat), wanneer zij worden gescheiden en beschikbaar komen als natuurlijke mineralen, vrijgesteld dienen te worden van mestboekhouding.
    Ook de dierlijke mineralen die door compostering worden omgezet in organische mineralen dienen vrijgesteld worden van mestboekhouding. Momenteel wordt stro of gras waarop een druppel mest terecht komt volledig als dierlijke mest gerekend.
    Gelet op de huidige schaarste aan kunstmeststoffen in de wereld (fosfaat is bijvoorbeeld bijna niet meer te krijgen) zal het belang van de organische meststoffen toenemen. De barrières die momenteel gelden voor de productie en aanwending ervan zullen echter moeten worden weggenomen.

    Kringloop-landbouw
    De gangbare landbouw kan de hierboven bepleite omslag maken, naar werken op basis van èn ten faveure van de levende bodem, met alle positieve effecten van dien, als zij overschakelt naar de z.g. natuurlijke kringloop-landbouw.
    Deze aanpak wordt in de melkveehouderij ook wel
    het bodem-plant-dier-systeem genoemd (PMOV). Het gaat erom daarin weer een coherent systeem te laten ontstaan. Coherent zegt iets over de werking van een complex natuurlijk systeem, dat in zich zelf en met de buitenwereld verschillende terugkoppelmechanismen kent en zich daardoor in balans kan ontwikkelen. Boeren kunnen door verschillende interventies in het systeem (i.c. langer gras, jaarrond weiden, later maaien, anders voeren, koeien met hogere natuurlijk weerstand inkruisen, stalsysteem aanpassen, koolstof/ organische stof aan de mest/ bodem toevoegen), deze kringloop weer positief laten werken. Met als gevolg dat de bodem weer levend wordt, de koeien gezonder en de melk gezonder. Hoe deze omslag te bewerkstelligen en te faciliteren is verder uitgewerkt in een andere bijlage. De in het voorgaande beschreven vrijstellingen zijn dan in elk geval aan de orde.

    Ook omslag in bewerking van voedingsmiddelen nodig
    Naast het gebruik van koolstof, mineralen en sporenelementen voor het weer biologisch vitaal maken van de landbouwgronden en zo de productiebasis voor levensmiddelen veilig te stellen, zal er ook een en ander aan de verwerking en bewerking van landbouwproducten moeten geschieden en de wijze van bereiding tot gezondheidversterkend voedsel.

    Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat kinderen met autisme door het drinken van een glas ongepasteuriseerde melk met een lepel levertraan in 3 tot 4 maanden veranderen in nagenoeg normale kinderen. Daarnaast heeft het drinken van ongepasteuriseerde melk een cholesterol verlagende en allergie onderdrukkende werking, en verminderen de symptomen bij de ziekte van Alzheimer en bij reuma. Mogelijk zijn deze effecten het gevolg van het feit dat ongepasteuriseerde melk nagenoeg dezelfde samenstelling heeft als bloedserum. Bij het consumeren wordt de melk opgenomen in het bloed en drukt de daarin aanwezige verontreinigingen in het lymfestelsel, waardoor ze versneld kunnen worden afgevoerd in plaats van zich af te zetten in huidweefsel of de gewrichten.

    Bedenk:
    • De bodem is de sleutel tot goed voedsel en gezondheid
    • Insecten en ziekten zijn symptomen van een zwak gewas, niet de oorzaak
    • Gebruik kunstmest zo, dat het gewas niet met de zouten in aanraking komt, of
    cheleer de zouten met een organisch component (zeewier, zeewierkalk e.d.)
    • Vruchtbare grond geeft grote planten en vitale producten
    • Gewasopbrengsten: kwaliteit « kwantiteit
    • Organische stof is de energiebron voor een vitaal bodemleven
    Winkelwagen
    0 artikelen | € 0,00
    »
    Zoeken
    »
    Mijn account
    »
    The Neglect of Nutrition in Medical Education A Firsthand Look (Nathaniel P. Morris)
    Filter Welkom Vereniging Lidmaatschap Bestuur Wie Wat Waar Agenda en Nieuws Archief 2016 Archief 2015 Archief 2014 Archief 2013 Archief 2012 Onderwerpen Gezonde bodems Bemesting? Bodemleven Glyfosaat Vitaal water Vitale gewassen, voeding en gezondheid Kringlopen in land-en tuinbouw Boer-Burger en Ecoregio's Dierenwelzijn Nieuwe wetenschap en spiritualiteit Koolstofproblematiek Energievoorziening Biodiversiteit Gentechgewassen HR-gewassen Bt-gewassen Activiteiten Themadagen Eerdere themadagen Workshops en Symposia VoedselAnders-conferentie 2014 Symposium met Cordaid "Welke kennis delen wij?" 28 mei 2013 Lezingen Don Huber oktober 2011 Conferentie Acres USA december 2010 Ledenvergaderingen Nieuwsbulletin Publicaties NVLV Heel de Wereld Levenskracht uit de oceaan Bodemgezondheid QA Jaarboek 2012 Projecten Deelnetwerken Quadrupool Academie Regionaal Landelijk, Thematisch Uitdagingen Sponsoring